Archív pre august, 2012

Bemoei- of regietoneel, voorbeeld

Wanneer  tussen teamleden onderling en hun leidinggevende geen vertrouwen is, dan gaat veel energie verloren aan misverstanden, irritaties en andere performanceverlagende ‘grollen’.
Tijdens een teambuildtraining kan dan, als onderdeel van het kweken van begrip voor elkaars positie, een bemoeitoneeloefening plaatsvinden.

Soms past het in zo’n training om situaties uit te beelden.  Geen rollenspel, dat kan averechts werken in een instabiele teamsituatie. Rollenspel kunnen namelijk soms verschrikte reacties oproepen, en dat kun je op zo’n moment niet gebruiken. Bemoeitoneel zet iets in beweging.  Het brengt discussies op gang zodat  een andere manier van werken gaat leven. Zo kan vertrouwen herwonnen worden. En daarbij komen zowel voor- als nadelen aan bod.

Zie de blog van vorige week over wat achtergronden van bemoeitoneel.

Bemoeitoneel:
Alles dat je nodig hebt zijn twee personen (acteurs) die de werksituatie naspelen.
De cursisten zijn actief betrokken maar ‘spelen’ zelf niet mee.
De eerste keer wordt de situatie in zijn geheel gespeeld. Deze situatie escaleert.
De tweede keer dat de situatie wordt gespeeld, mogen de cursisten op een van tevoren bepaalde acteur,  ingrijpen.
Zij geven tijdens het naspelen aan wat die acteur moet zeggen. De acteur gebruikt deze aanwijzing en volgt deze indien mogelijk zo letterlijk mogelijk op. De cursist leert hoe hij/zij een  situatie kan sturen, en hoe hij/ zij duidelijk kan formuleren om een verandering te bewerkstelligen. Deze observatie kan de cursist gebruiken in de werksituatie.
Ter voorbereiding maak je, in overleg met de klant, een script. Dit is gebaseerd op informatie uit de werkwereld van het team. Het dient herkenbaar te zijn, met ruimte voor humor en herkenning.

Hieronder een voorbeeldscript bij een sportclub, waar het bestuur en team niet dezelfde taal spreken.. Zo’n soort situatie heeft iedereen wel eens meegemaakt waarbij twee mensen langs elkaar heen praten.
Leider jeugdteam (L) – Bestuur (B)

Gesprek vindt plaats tussen een bestuurslid en een leidinggevende, net na of tijdens een vergadering.

B:    We hebben namens het bestuur besloten dat jullie hier volgende week na het kampioensfeest niet kunnen overnachten in verband met de ontbrekende brandpreventiemiddelen.
L:     Ja, wat is dat nou voor een gezeik. We hebben het de vorige keer toch ook gewoon gedaan?
B:    Ik kan me je reactie voorstellen, maar we hebben het er in het bestuur nog eens over gehad en we vinden het toch geen veilig idee.
L:    Wat weet jíj nou van overnachtingen in het clubgebouw? We stoken echt geen barbecue binnen, hoor.
B:    Dat doet er niet toe. Het clubgebouw voldoet niet aan de veiligheidsvoorschriften en wij zijn verantwoordelijk voor ieders veiligheid, dus er wordt niet overnacht. En daarmee basta.
L:      Ja zeg, wat een gezeik altijd! Van het vorige bestuur had het wel gemogen.
B:    Ja, daarom is dat bestuur ook weg.
L:     Helaas wel ja. En waar moeten we nu naar toe? Bij jouw in je achtertuin ofzo?
B:    Ja, ho eens. Ík kan er niets aan doen dat jullie pas zo laat je overnachtingen regelen!
L:     Zo láát?! We hebben het vorige week al aangekaart! Jullie zijn gewoon een stelletje zeikers.
B:    Vorige week is dus te laat hè! Dat zie je maar weer. De afspraak hieromtrent is duidelijk.
Afspraak is afspraak. Einde discussie!
L:     Je bekijkt het maar! Wij gaan hier gewoon overnachten volgende week. En we laten ons niet door jou of wie dan ook tegen houden. Anders kom je maar mooi zelf tegen de kinderen vertellen dat we door jullie muggenzifterij het weekend niet door kunnen laten gaan!
L loopt kwaad en mopperend weg.

Wanneer het script nog eens wordt gevolgd, kunnen je cursisten ingrijpen op het jeugdteamlid. Dus bijv. bij de eerste, ipv. “Ja zeg, wat een gezeik altijd…”, “Hoe kunnen het dan wel doen?”. De ander, Bestuurslid, zal dan wat anders zeggen, waardoor de situatie beheersbaar blijft.

  • Je cursisten zien dan veranderend gedrag, zonder dat ze zelf moeten deelnemen aan de discussie.
  • De acteurs leiden de discussie, en geven feedback. De trainer blijft op de achtergrond en observeert.

Wat doe ik ermee

Één levende situatie zegt meer dan 10 sheets. Cursisten zien voor hun neus een situatie kantelen, de acteurs leiden na de gespeelde situatie de discussie achteraf. En geven aan wat zij vonden van de suggesties bij de ingrepen.
Ik kan observeren en waar nodig aanvullen en terugkoppelen naar eerdere trainingsonderdelen. Daarnaast kan ik de veranderingen reguleren en het contact met de acteurs houden, op haalbaarheid van de aanwijzingen/ veranderingen van het publiek
Ik laat bemoeitoneel altijd een onderdeel zijn van een cursus, dus geen op zichzelf staand dagdeel. Dat blijft niet hangen.

ICT tip
Voor Microsoftgebruikers die Windows 7 gebruiken:
Een site die je vaak gebruikt kun je aan de taakbalk onderin je scherm vastmaken. Zo maak je een snelkoppeling van een site.
Hoe:
Open in je Internet Explorer de gewenste site.
Klik dan op het tabblad en sleep dit tabblad naar je taakbalk. Een klein icoontje van die site verschijnt en blijft daar, ook als je de browser afsluit.
Weghalen: klik rechts op het icoontje en klik op de tekst: “Dit programma losmaken van de taakbalk”.

Reklamy

Bemoei- of regietoneel, wat is dat?

Iedere cursusgroep is anders. Soms past het in training om situaties uit te beelden; je kunt dan kiezen voor een rollenspel.
Maar rollenspelen roepen soms verschrikte reacties op. En àls je cursisten dan meedoen, letten ze meer op het toneelspel dan op het doel:  wat zie je en wat doet het met je?

Bemoeitoneel
Bemoeitoneel, ook wel regietoneel genoemd, biedt (een) uitkomst.
Alles wat je nodig hebt zijn twee personen, acteurs, die de werksituatie naspelen.
De cursisten zijn actief betrokken maar ‘spelen’ zelf niet mee.

  1. De eerste keer wordt de werksituatie in zijn geheel gespeeld. Deze situatie escaleert.
  2. De tweede keer dat de situatie wordt gespeeld mogen de cursisten op een van te voren bepaalde acteur ingrijpen.

Je cursisten geven tijdens tweede keer spelen aan wat die acteur moet zeggen. De acteur gebruikt deze aanwijzing en volgt de aanwijzing, indien mogelijk, letterlijk op.
En de cursist leert hoe hij/zij een  situatie kan sturen en hoe hij/ zij een verandering goed onder woorden brengt. Deze observatie kan de cursist gebruiken in de werksituatie.

Wat doe ik ermee
Op de basisschool vond ik toneelstukjes doen leuk. Maar op scoutingkampen wilde ik op de bonte avond bij het kampvuur gewoon kijken naar het knetterende vuurtje. En niet meedoen met vrijwillig verplichte ‘leuke’ dingen. Dat was vooral leuk voor anderen. Dat gevoel kwam terug toen ik trainingen volgde, dus dat moest anders. Bemoeitoneel gaf mij inzicht en plezier, waarbij de situaties en ervaringen bijbleven.

ICT tip
Voor Microsoftgebruikers:
De sneltoets voor help is de F1 toets. In welk scherm/ venster/ window je ook bent, toets je de F1 toets; dan verschijnt het helpscherm.
Dat geeft uitleg over het scherm waar je op dat moment bent. Dit geldt ook voor het bureaublad.

Presentatietips de Inhoud deel 2

Nog vier tips ( zie het vorige blog voor de eerste vier) voor een goede presentatie.
Iedere trainer ‘moet’ een goed contact met de cursistengroep maken. Een goede presentatie van jezelf voegt veel toe aan een succesvolle training.
Neem (het)podium en je leidt de groep naar het gestelde doel.

Wat achtergronden voor een goede presentatieinhoud. Wellicht open deuren, maar ook daar moet je doorheen.

Boodschap plus vorm.
Dit is de sleutel tot een succesvolle en doeltreffende presentatie  die ook nog leuk is. De laatste vier tips voor een sterke inhoud

5. Herhaal belangrijke punten.
De eerste keer dat je het standpunt presenteert ontgaat veel cursisten.
Dus herhaal het:

1. introduceer het onderwerp in een beginvraag;
2. breng het opnieuw naar voren in een tussenvraag;
3. ontwikkel het  door middel van een illustratie;
4. verwerk het tenslotte in de aansporing tot actie.
Geef verduidelijking, bekrachtiging en een geheugensteuntje.

6.  Besluit met concrete aansporing tot actie.
Een presentatie is de aanzet tot actie of verandering.

Een succesvolle presentatie roept bij de cursisten op:
“Wat kan ik nu doen? Wat is de volgende stap?”.
Dus lever ook duidelijke antwoord of doelen.
Het komt voort uit de cursusverwachtingen . De concrete aansporing tot actie zorgt ervoor dat de cursisten iets doet met je boodschap.

7.  Oefen.
Oefening geeft beheersing. Oefen in simpele spreektaal en doe het zo realistisch mogelijk:

• sta rechtop;
• glimlach;
• enthousiasmeer;
• spreek luid;
• presenteer visuele hulpmiddelen;
• test je apparatuur;
• let op de tijd.
Door binnen de tijdslimiet te blijven laat je zien dat je de cursist respecteert. Zorg dat je tijdens het oefenen ruim binnen je eigen tijdslimiet blijft. De extra tijd wordt gebruikt voor reacties van de cursist. Dat laatste kun je niet direct oefenen, maar er wel rekening mee houden. Succes wordt voor een groot deel bepaald door een goede voorbereiding.

8.  Controleer alles.
Zorg ervoor dat alles ter plekke is of binnen hand- en belbereik, aantekeningen, hand-outs, de apparatuur, een glas water, een techneut, etc.
Door dit van tevoren te regelen kun je je geheel op je training richten.

ICT tip ( herhaling)

Windows PowerPoint bij beamerpresentaties:
Gebruik je een beamer en het scherm van laptop, dan kun je het laptopscherm als spiekscherm gebruiken. PowerPoint geeft de mogelijkheid dat je op je laptopscherm onder de presentatie alle andere plaatjes (dia’s) ziet, en dat de tijd meeloopt.
Hoe: Zorg dat je laptop is aangesloten op de beamer
Open je presentatie in Powerpoint, maar laat de presentatie nog niet starten, je ziet dus alle dia’s;
Ga naar het tabblad Diavoorstelling; Aan de rechterkant heb je het stukje: ”monitoren”
Kies bij ‘Weergeven op:’ Algemeen PnP-beeldsherm ( dit is je laptopscherm)
Klik het vinkje aan Presentatorweergave gebruiken;
Op je laptop zie je nu dat powerpoint het scherm verdeelt in de eerste dia, en daaronder alle dia’s van de presentatie, de klok, en een pijl waarop je kunt klikken om de volgende dia of regel in de dia te laten opkomen.

Meer PowerPoint? Kijk op:

Presentatietips de Inhoud deel 1

Vier tips ( en de volgende keer nog vier) voor een goede presentatie.

Iedere trainer ‘moet’ een goed contact met de cursistengroep maken. Een goede presentatie van jezelf voegt veel toe aan een succesvolle training. Neem (het)podium en je leidt de groep naar het gestelde doel.

Wat achtergronden voor een goede presentatieinhoud. Wellicht open deuren, maar ook daar moet je doorheen. Het doel is beïnvloeding.

Pure informatieoverdracht gebeurt schriftelijk. Echter het motiveren en inspireren gebeurt vooral mondeling. Persoonlijke interactie maakt directe feedback mogelijk.
Belangrijk is om de inhoud bondig te houden: “keep it short and simple, stupid (KISS)”.
Je beïnvloedt mensen beter door hoe je iets zegt dan door wat.
Om impact te hebben  is een krachtig expressiemiddel nodig.
Hoe ontvankelijk zijn je cursisten? Zij beoordelen je boodschap op basis van eigenbelang, begrijpelijkheid, geloofwaardigheid, bruikbaarheid en noodzaak.
Inhoud en vorm samen, maken doeltreffende presentaties.

Boodschap plus vorm. Dit is de sleutel tot een succesvolle en doeltreffende presentatie  die ook nog leuk is.
De eerste vier tips voor een sterke inhoud

1. Bereid de presentatie schriftelijk voor.
Wat is het belangrijkst in een presentatie?
Aandacht van je cursisten;
Goede inhoud;
Conclusie;
Doel.

De voorbereidingsfase van de presentatie doorloopt deze stappen in omgekeerde volgorde.
Begin dus met het vaststellen van  het doel van je presentatie:
Welke conclusies trek je en hoe zijn deze  relevant voor je cursisten?
Welke informatie ondersteunt je conclusies en welke sleutelwoorden gebruik je?
Hoe trekt je de aandacht van de cursisten en hoe houd je die vast?

2. Begin met drie open vragen.
Deze open vragen trekken de aandacht van je cursisten, wekken nieuwsgierigheid en zetten de cursisten aan het denken. Deze vragen bepalen ook je thema en geven de structuur van de presentatie aan.

1. Wat heb je tot nu toe bereikt? (het verleden);
2. Waar sta je nu?  (het heden);
3. Hoe kun je het beste verder gaan?  (de toekomst).
Toekomstgerichte vragen zijn belangrijk om gewenste acties en resultaten over te brengen en in werking te zetten. Ze ondersteunen het presentatiedoel: aansporen tot verandering.

3. Gebruik tussentijds open vragen.
Houd je cursist op de goede weg door tijdens jouw presentatie open vragen te stellen. Gebruik vragen die idee en  structuur aangeven. Herhaal bijvoorbeeld de  openingsvragen of stel nieuwe vragen om nieuwe thema’s te introduceren. “Hoe kun je dit in jouw werksituatie invoeren?”.

Tussentijdse onverwachte of schijnbaar tegenstrijdige vragen zijn ook doeltreffend om de  aandacht vast te houden.
“Waarom is dit eigenlijk belangrijk voor jullie?”,”Wat maakt het je eigenlijk uit?”
Het stellen van open vragen  toont jouw vermogen zaken van een andere kant (dan de cursist) te zien. Zij willen weten dat de trainer hun  perspectief kent en dat deze geïnteresseerd is in hun mening. Dan zal de cursist geboeid luisteren. Degene die de vragen stelt, leidt de discussie: dat is een fundamenteel aspect van communicatie.

4. Gebruik voorbeelden en beelden.
83% van de menselijke kennis wordt verkregen door het zien.  Een schema of een metafoor blijven veel langer hangen dan  woorden. Voor een praktische toepassing moet jouw cursist de boodschap kunnen verbeelden. Beelden zijn essentieel.

Met beelden bedoel ik niet alleen  plaatjes of grafieken, maar ook aan verbeelding, zoals een situatieschets, een anekdote of een voorbeeld. Deze visualiseringen zorgen voor afwisseling en concretisering van gedachten. Eén beeld zegt meer dan duizend woorden.

De volgende keer nog vier tips.

Wat doe ik ermee
Mijn kledingkastspiegel heeft al veel presentaties gehad. En het ding is ongenadig in de feedback, echt beeldend! Daarnaast begrijp ik niet dat ontwerpers van beamers, afstandbedieningen en presentatiesoftware nooit eens iets hebben gemaakt dat ik in één keer snap. Dus elke keer als ik iets nieuws heb uitgedacht of gevonden oefen ik, met spiegel, stopwatch, laptop en beamer. En elke keer ben ik weer verbaasd dat ik me tijdens het oefenen laat verrassen. Maar tijdens de trainingen heb ik steeds minder last van weigerachtige beamers, genadeloze klokken of andere geniepige zaken…

ICT tip
Windows PowerPoint bij beamerpresentaties:
Gebruik je een beamer en het scherm van laptop, dan kun je het laptopscherm als spiekscherm gebruiken. PowerPoint geeft de mogelijkheid dat je op je laptopscherm onder de presentatie alle andere plaatjes (dia’s) ziet, en dat de tijd meeloopt. Hoe: Zorg dat je laptop is aangesloten op de beamer Open je presentatie in Powerpoint, maar laat de presentatie nog niet starten, je ziet dus alle dia’s; Ga naar het tabblad Diavoorstelling; Aan de rechterkant heb je het stukje: ”monitoren” Kies bij ‘Weergeven op:’ Algemeen PnP-beeldsherm ( dit is je laptopscherm) Klik het vinkje aan Presentatorweergave gebruiken; Op je laptop zie je nu dat powerpoint het scherm verdeelt in de eerste dia, en daaronder alle dia’s van de presentatie, de klok, en een pijl waarop je kunt klikken om de volgende dia of regel in de dia te laten opkomen

Meer PowerPoint? Kijk op:


Pontrain zastáva živé tréningy skupinovej dynamiky a teambuildingu a koučing začínajúcich podnikateľov: čo teraz!. Blog Pontrainu ponúka argumenty z oblasti koučingu a skupinovej dynamiky. Pontrain sa chce deliť o poznatky, prezentovať dojmy a prispieť k inovovaniu a vylepšovaniu metodík. Každý blog hovorí o jednej téme, čo s ňou robí Pontrain a čo môžete urobiť vy.

Linkedin

Twitter

Facebook

Website Pontrain.nl

Reklamy

%d bloggers like this: